Arthur Wyckaert
Julius Dooghelaan 103, Sint-Kruis

Arthur Wyckaert werd geboren op 31 mei 1923 te Brugge, als zoon van Michel Wyckaert en Marie Moerman. Hij studeerde aan het koninklijk Atheneum. Hij was inlichtingenagent in het netwerk ‘Zig’ en werd in oktober 1943 aangehouden. Het Duitse gerecht veroordeelde hem wegens spionage. Hij stierf in het concentratiekamp Gross Rosen, wellicht in februari 1945.
Ontsnapt aan verplichte tewerkstelling
Arthur Wyckaert was zeventien bij het uitbreken van de oorlog en studeerde wetenschappen aan het Koninklijk Atheneum. Toen zijn middelbare studies afgerond waren, schreef hij zich opnieuw in aan het Atheneum, om aan de verplichte tewerkstelling te ontsnappen. De Duitsers hadden een grote nood aan arbeidskrachten en iedereen die werkloos was of een job uitoefende die de Duitsers niet essentieel vonden, kon worden opgeëist om te werken voor de Duitsers, eerst alleen in België en Noord-Frankrijk en later ook in Duitsland. Daarom bleven veel studenten zogezegd studeren, of zetten heel wat bedrijven meer mensen dan strikt nodig op de loonlijst. Zo konden velen aan de eerste fase van opeising ontsnappen.
Inlichtingenagent in het netwerk ‘Zig’
Arthur Wyckaert sloot zich aan bij het inlichtingennetwerk Zig. Het is niet bekend wanneer of via wie.
Zig werd geleid door jonkheer Christian Jooris (1905-1994), die op het familiekasteel Wildenburg woonde in Wingene. Zig ontstond als een onderdeel van andere inlichtingendiensten, maar werd een zelfstandig netwerk met een eigen radiozender na een reeks aanhoudingen die een einde maakten aan de netwerken Beaver-Baton en Bayard. Aan die netwerken werkten onder meer twee andere broers Jooris mee, Emmanuel en Antoine, maar ook Nicolas Monami en Joseph Romainville mee. Ook Gaston Roelandts en de broeders Joannes en Leo van de Sint-Pietersabdij in Steenbrugge, waren agenten in het Zig-netwerk, net als Maurice Claeys uit Blankenberge of meester-spion Roger Morsa.
Het netwerk verzamelde inlichtingen in West- en Oost-Vlaanderen, Luik, Luxemburg en had ook vertakkingen in Antwerpen en Noord-Frankrijk. ZIG was onderverdeeld in vier sectoren, ZAG (of ZIG A) in Moeskroen, ZEG (Zig B), ZIG (ZIG C) in Brussel en ZOG (ZIG D). De leiders van elke sector had een schuilnaam die verwees naar een vulkaan: Etna (Marie Mazeman-Noterman, sectoroverste aan de Oostkust), Vesuvius (Antoinette de Hemptinne, sectoroverste voor Oost-Vlaanderen), Stromboli (Frédéric de Penaranda de Franchimont, sectoroverste in Brugge, neef van de broers Jooris en ook actief in het Geheim Leger en een rol speelde bij de bevrijding van de Antwerpse haven). Eigenlijk had elk van deze sectoren een marconist moeten krijgen, maar die arriveerde maar kort voor de bevrijding, zodat de inlichtingen in het kasteel Wildenburg werden samengebracht en via een radiozender doorgegeven aan Londen. Christian Jooris had een zender en een reeks veilige plaatsen van waaruit kon uitgezonden worden.
Een inlichtingennetwerk was opgebouwd als een netwerk met lange tentakels en elkaar overlappende sectoren die niet territoriaal georganiseerd waren. De lijnen volgden de toevalligheden van waar betrouwbare agenten konden gerekruteerd worden: collega’s, vrienden, kennissen van kennissen. Zo kwam informatie binnen uit verschillende bronnen en kon de informatie gecheckt worden. Het maakte ook dat het uitvallen van één sector niet het volledig stilvallen van de informatiestrook uit één gebied betekende. Agenten zoals Arthur Wyckaert verzamelden inlichtingen door te spreken met mensen over wat ze gezien of gehoord hadden, door rond te fietsen in de streek en te onthouden waar de Duitsers versterkingen bouwden, door nummerplaten of kentekens van militaire voertuigen of kentekens van militaire eenheden te noteren. De inlichtingen werden doorgegeven en bereikte met enkele tussenstappen het hoofdkwartier, waar ze werd gecontroleerd, samengevat en verder doorgegeven aan Londen. Dat gebeurde soms via koeriernetwerken die informatie via Frankrijk naar Engelse agenten in Spanje brachten, of via een radioverbinding. Om veiligheidsredenen kende een agent meestal maar één of twee anderen in het netwerk, en waren ze zich niet bewust van het grotere geheel of de naam van het netwerk waarin ze actief waren.
Arrestatie, veroordeling en deportatie
Op 23 oktober 1943 werd Arthur Wyckaert thuis, in de Julius D’Hooghelaan 103 in Sint-Kruis, aangehouden door de Gestapo. Het is niet bekend hoe de Duitsers Arthur Wyckaert op het spoor kwamen. Op hetzelfde moment werd ook Alfred Franchomme, studiemeester aan het Koninklijk Atheneum (stichter van het Onafhankelijkheidsfront in het Brugse) aangehouden. Arthur Wyckaert werd veroordeeld wegens spionage en het voeren van propaganda voor de Engelsen.

In een brief van een schoolkameraad en eveneens politieke gevangene, J. Demey (die toen in de Gerard Davidstraat woonde), lezen we wat er na zijn arrestatie met Arthur gebeurde. Hij werd eerst opgesloten in het Pandreitje, de gevangenis van Brugge, van 23 tot 25 oktober 1943. Daarna werd hij naar de gevangenis van Gent gebracht. Op 10 maart 1944 werd hij weggevoerd uit Gent, en na één nacht in de gevangenis van Sint-Gillis (Brussel), werd hij op 11 maart 1944 naar Duitsland gedeporteerd. Na een week in de gevangenis van Essen (11 tot 18 maart 1944) kwam hij in het concentratiekamp van Esterwegen terecht. Hij verbleef er in Strafgevagenenlager VII en kreeg er het gevangenennummer 2556/43. Op 18 mei werd hij doorgestuurd naar Gross Strehlitz, een kamp in wat toen Duits-Silezië was en nu het Poolse Strzelce Opolskie. Op 30 oktober kwam hij in een volgend kamp terecht, Gross Rosen, ook in Silezië (het huidige Poolse Rogoźnica). Zoals in alle concentratiekampen werden de gevangenen ook in Gross Rosen verplicht tot dwangarbeid, onder meer bij Duitse bedrijven als Siemens of Blaupunkt, die werkten voor de militaire textielindustrie, of in een steengroeve. In die steengroeve werkten de politieke gevangenen nauw samen met Duitse burgers. Die konden dus direct aanschouwen op welke wrede manier de gevangenen behandeld werden. De overlevingskans in Gross Rosen lag aanzienlijk lager dan in andere kampen, door de honger, de zware arbeid en het gebrek aan medische zorg.
Februari 1945: Overlijden in Gross Rosen
Arthur Wyckaert is vermoedelijk begin februari 1945 overleden, het is niet met zekerheid bekend in welke omstandigheden. Volgens een bron (offline website VOPGV) “… tijdens de evacuatie van dit laatste kamp naar Dora, werd hij met andere kameraden achtergelaten in de infirmerie van het kamp. Wij weten niet of hij de dood vond toen de S.S.-bewakers terugkerend op hun weg de infirmerie in brand staken.”
Na de oorlog werd hij erkend als weerstander, lid van het inlichtingennetwerk ZIG en politieke gevangene. Zijn naam staat vermeld op onder meer een herdenkingsmonument voor oud-leerlingen-oorlogsslachtoffers op het binnenplein van het K.A. Brugge Centrum.

bronnen:
- Erkenningsdossier politieke gevangene Arthur Wyckaert
- Brugge Bezet, Luc Schepens
- Geheime Oorlog 40-45, Fernand Strubbe
- Voor koning en vaderland: de Belgische adel in het verzet. Marie-Paule d’Ddekem d’Acoz
- offline website VOPGV – pagina “De Unie der Inlichtings- & Actiediensten – (U.S.R.A.) L’ Union des Services de Renseignements & d’ Action – aan haar Helden Gedood en vermist in bevolen dienst West-Vlaanderen 1940 – 1945”
- Gross Rosen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gro%C3%9F-Rosen