Noël Boydens
Robrecht van Vlaanderenlaan 58 Sint-Andries
Leven voor verzet

Noel Boydens werd geboren op 21 april 1925 in Sint-Andries, een deelgemeente van Brugge. Hij was de zoon van Cyprien Boydens en Marie Deblauwe. Noel groeide op in een warm gezin en woonde aan de Robrecht van Vlaanderenlaan 58 in Sint-Andries. Na zijn schooltijd ging hij aan de slag als postbediende. Hij was een jonge man met een sterk rechtvaardigheidsgevoel en een groot plichtsbesef. Hoewel hij ongehuwd bleef, had hij een hechte band met zijn familie en vrienden. Zijn opvoeding en karakter maakten hem gevoelig voor het onrecht dat tijdens de Duitse bezetting van België plaatsvond.
Aansluiting bij de Partizanen
Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en België bezet werd, besloot Noël zich aan te sluiten bij het verzet. Hij werd in januari 1942 aangeworven door Prosper Rau en sloot zich aan bij de PA (Partizanen), een actieve verzetsgroep die zich inzette tegen de bezetter en een onderdeel van het Onafhankelijkheidsfront. Het partizanenkorps Brugge werd opgericht door Henri De Meyer en Lucien Vrielynck. Na de arrestatie van Lucien Vrielynck nam Simonne Danneels, de verloofde van Henri De Meyer, het commando over. Toen het ook voor haar te gevaarlijk werd, ging het commando over naar Albert Serreyn. Na zijn arrestatie viel het centrale commando in de regio Brugge weg en waren de overgebleven partizanengroepjes op zichzelf aangewezen.
Noel hield zich bezig met meerdere verzetsdaden. Zo verspreidde hij sluikpers op grote schaal, waaronder De Rode Vaan en Vrij België, twee belangrijke illegale bladen die de bevolking informeerden en de morele weerstand tegen de bezetter versterkten. Hij voerde ook sabotageacties uit. Hij was betrokken bij de sabotage van een spoorlijn in Loppem in augustus 1943, waardoor de Duitse bevoorrading werd verstoord. Daarnaast voerde hij kleinere maar moedige verzetsdaden uit, zoals het ingooien van ruiten van het SS-kantoor in de Steenstraat. Hetzelfde deden ze ook bij het lokaal van de ‘DeVlag’, de ‘Deutsch-Vlämische Arbeitsgemeinschaft’, de meest extreme collaborerende verenigingen. De DeVlag had het gebouw van de Vrijmetselaars aan de Sleutelbrug ingepikt. Zulke daden waren bijzonder riskant maar toonden zijn vastberadenheid om zich te verzetten tegen de Duitse bezetting.

Verklikt door André Vanbeveren
Op 15 september 1943 werd Noël gearresteerd door de Duitse bezetter. De partizanen in Brugge werden verraden door André Vanbeveren, de oudere broer van partizaan Norbert Vanbeveren. “Door een verklikker, wiens broer, lid van de P.A. op 23 september 1943 was aangehouden (…) kon de Duitse Veiligheidsdienst in de Brugsche P.A. doordringen en verrichte in februari 1944 een eerste reeks aanhoudingen” schrijft Luc Schepens daarover in zijn boek ‘Brugge Bezet’. André Vanbeveren (°1907) was al voor de oorlog door het Belgische gerecht veroordeeld wegens criminele feiten en koos tijdens de bezetting de zijde van de vijand. Hij werkte voor de GFP (Geheime Feldpolizei) van Paul Lensing en infiltreerde samen met zijn vriendin Marguerite Meulemeester in verschillende groepen partizanen in en rond het Brugse. In februari 1944 leidde hun verraad tot talrijke arrestaties. Hun pogingen om ook in het commando van de Brugse Partizanen door te dringen en pogingen om in het Geheim Leger te infiltreren leidden tot niets. André Vanbeveren vluchtte kort voor de bevrijding naar Duitsland, maar keerde in mei 1945 terug en werd aangehouden. Hij werd door het krijgsgerecht ter dood veroordeeld op 4 november 1947. Volgens het vonnis hebben zijn verklikkingen tot de dood van vijf mensen geleid. Hij is als laatste in Brugge terechtgesteld, op 29 mei 1948.
Gearresteerd door collaborerende politieagenten

Over de arrestatie van Noel Boydens lezen we in ‘Brugge bezet’: “Op 23 september werden nog vier andere vrienden aangehouden: Noël Boydens, Norbert Vanbeveren, Marcel De Vos en Edgard Ghyoot. Zij behoorden tot een groep jongeren die regelmatig in het café Welkom in het Loppemstraatje bijeenkwamen. (…) de beruchte ‘zwarte politiecommissaris’ V.H. die de leiding had van de collaborerende vleugel van de Brugse politie. Deze had van zijn kant enkele ‘onnozele snaken’ die dit café bezochten gearresteerd….”
De commissaris waarvan sprake is Marcel Van Houtte. In het politiekorps van Groot-Brugge waren zowel verzetslui als collaborateurs actief: enkelen waren lid van het VNV en betrokken bij de DD, de ‘Documentatie-dienst’, een inlichtingendienst van het VNV die onder meer informatie verzamelde over verzetslui en die doorgaf aan de bezetter. Marcel Van Houtte werd in 1947 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld.
Gevangenschap
Noel Boydens werd aanvankelijk vastgehouden in Brugge en daarna overgebracht naar de gevangenis van Sint-Gillis (Brussel). Op 17 november 1943 werd hij gedeporteerd naar Duitsland. Zijn gevangenschap bracht hem langs een zwaar traject van kampen en gevangenissen: eerst naar Essen, vervolgens naar Esterwegen (Papenburg), daarna naar Gross-Strehlitz, Breslau, Donauwörth en uiteindelijk naar de gevangenis van Stadelheim in München. In Stadelheim zat hij samen met Norbert Vanbeveren. De twee mannen schreven samen elk hun laatste brief. “Wij zijn geen gebroeders. Wij zijn het hier geworden in onze gevangenschap.” Op 27 oktober 1944 werd hij in München om vier uur in de namiddag onthoofd met de guillotine, tegelijk met Norbert.
Brieven
Vanuit zijn cel schreef Noel verschillende brieven naar zijn familie, die een aangrijpend beeld geven van zijn laatste dagen. In zijn laatste brief aan zijn moeder, geschreven op 27 oktober 1944, de dag van zijn executie, toonde hij een opmerkelijke rust en waardigheid.
Hij schreef dat hij vrede had met zijn lot, omdat hij geloofde dat zijn dood zou bijdragen aan de bevrijding van zijn land: “Ik voel toch een zekere geruststelling in mijn hart, namelijk dat onze dood toch voor iets gediend zal hebben, namelijk dat gij terug vrij zijt en niet meer onder bezetting moet leven.” Ook zijn geloof gaf hem kracht: hij vermeldde dat hij voor het laatst had gecommuniceerd en “christelijk gestorven” was. In dezelfde brief vroeg hij zijn moeder om hem samen met Norbert te laten gedenken: “Laat een portret maken van ons beiden als herinnering, en wanneer ge dan een grafzuil laat oprichten, laat die voor ons beiden zijn, want we zijn tezamen gestorven en zullen eeuwig tezamen blijven.” Zijn woorden getuigen van moed, geloof en liefde voor zijn moeder. Hij sloot zijn brief af met een eenvoudig maar hartverscheurend afscheid: “Indien ik u veel misdaan heb, lieve moeder, vergeef het mij dan … hierboven zullen we elkander terugzien voor altijd.”Na de oorlog werd Noël erkend als lid van weerstand, aangesloten bij de Partizanen, en herdacht als een held die zijn leven gaf voor België. Hij kreeg een plaats op het ereperk van het militair kerkhof in Brussel-Evere, waar een cenotaaf zijn naam draagt. Zijn stoffelijke resten werden echter herbegraven in de familiekelder op de oude begraafplaats van Sint-Andries, perk 8 graf 159. De naam Boydens–Deblauwe prijkt er naast die van andere familieleden. Op de begraafplaats herinnert het graf aan het offer dat hij bracht.
